Het adviescollege ATR oordeelt opnieuw kritisch: de wetgeving voor nagenoeg gratis kinderopvang mist op cruciale punten een deugdelijke onderbouwing. Invoering in 2029 lijkt voorbarig.
Ouders die uitkijken naar de komst van bijna gratis kinderopvang — waarbij de overheid verreweg het grootste deel van de kosten overneemt — zullen nog even geduld moeten hebben. En misschien nog iets meer dan dat. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft in een aanvullende zienswijze van mei 2026 opnieuw stevige kritiek geuit op de Wet Financiering Kinderopvang, het wetsvoorstel dat het huidige toeslagenstelsel moet vervangen door directe overheidsfinanciering van kinderopvangorganisaties.
Het kabinet had de toelichting op het voorstel eerder aangevuld naar aanleiding van een eerste ATR-advies uit november 2025. Dat advies was vernietigend: het college adviseerde het voorstel destijds niet in te dienen. Na aanpassing bekeek ATR het gewijzigde voorstel van 15 april 2026 opnieuw — en de conclusie blijft zorgelijk.
Het college constateert dat een groot deel van de eerder geformuleerde adviespunten niet of slechts gedeeltelijk is opgevolgd.
Kan de sector de vraag wel aan?
Een van de grootste zorgen van ATR betreft de capaciteit van de kinderopvangsector. De overgang naar bijna gratis opvang zal de vraag fors doen toenemen: meer ouders zullen gebruik willen maken van kinderopvang zodra ze er nauwelijks iets voor hoeven te betalen. Maar het kabinet geeft zelf toe dat de vraag sneller zal stijgen dan het aanbod. Personeelstekorten vormen daarbij een structureel knelpunt.
ATR stelde eerder al voor: voer het nieuwe stelsel pas in als de sector de vraagtoename daadwerkelijk aankan. Het kabinet handhaaft de invoeringsdatum van 2029, maar legt niet uit op basis van welke analyse de sector dan wél voldoende capaciteit zou hebben. In de praktijk accepteert het kabinet daarmee het risico op langere wachtlijsten — wat haaks staat op het beoogde doel van betere toegankelijkheid.
Wat is de Wet Financiering Kinderopvang?
Met dit wetsvoorstel wil het kabinet de kinderopvangtoeslag afschaffen en vervangen door een systeem waarbij de overheid kinderopvangorganisaties rechtstreeks financiert. Ouders betalen dan slechts een klein eigen aandeel. Het stelsel moet in 2029 ingaan.
Het voorstel beoogt de kinderopvang voor ouders eenvoudiger, betaalbaarder en voorspelbaarder te maken. Tegelijkertijd worden nieuwe verplichtingen geïntroduceerd voor kinderopvangorganisaties, onder meer vanwege de aanwijzing als dienst van algemeen economisch belang (DAEB).
Cruciale analyses nog niet beschikbaar
Een tweede serieus punt van kritiek: de impactanalyse van de zogenoemde DAEB-aanwijzing ontbreekt nog volledig. Wanneer kinderopvang als “dienst van algemeen economisch belang” wordt aangewezen, heeft dat concrete gevolgen voor hoe organisaties hun bedrijf mogen voeren — denk aan regels over maximale winst en verplichte investeringen. Zonder impactanalyse weet niemand hoe groot die gevolgen zijn en of ze het aanbod en de toegankelijkheid kunnen schaden.
Het ministerie geeft aan dat deze analyse later wordt toegevoegd. ATR noemt dit onwenselijk: de wetgever kan het voorstel dan simpelweg niet volledig beoordelen voordat het al in procedure is gebracht.
Datzelfde geldt voor onderzoeken naar de werkbaarheid van het nieuwe stelsel voor ouders en kinderopvangorganisaties. De toelichting meldt enerzijds dat die onderzoeken zijn afgerond, maar erkent anderzijds dat resultaten er deels nog niet waren op het moment van schrijven. ATR noemt dit een “inconsistentie” die het onmogelijk maakt te beoordelen of de conclusies goed zijn onderbouwd.
Geen transitieplan, wel een invoeringsdatum
Wie naar het nieuwe stelsel toe wil, moet weten hoe die overgang eruitziet. Een concreet transitieplan ontbreekt echter nog volledig. Toch houdt het kabinet vast aan 2029. Voor ouders en kinderopvangorganisaties — die de omschakeling in de praktijk moeten waarmaken — is dat een ongemakkelijke situatie.
Ook het toezicht op het nieuwe stelsel is nog onvoldoende uitgewerkt. Welke toezichthouder verantwoordelijk wordt voor de marktnaleving, is nog niet besloten. Zolang dat onduidelijk is, kunnen organisaties niet inschatten welke informatieverplichtingen op hen afkomen en of die proportioneel zijn.
Wat betekent dit voor ouders?
Voor ouders die hopen op een flinke verlaging van hun kinderopvangkosten, is dit nieuws teleurstellend. De richting — bijna gratis kinderopvang — staat niet ter discussie, en het politieke draagvlak is er. Maar de weg erheen is bezaaid met onbeantwoorde vragen. Als de sector de toenemende vraag niet kan bijbenen, dreigen juist de gezinnen die van het nieuwe stelsel moeten profiteren op een wachtlijst terecht te komen.
- Onduidelijk of de sector de vraaggroei in 2029 aankan; wachtlijsten worden als risico geaccepteerd
- Impactanalyse DAEB-aanwijzing ontbreekt nog; gevolgen voor sector en toegankelijkheid zijn onbekend
- Resultaten van werkbaarheidsonderzoeken zijn niet of niet volledig in de toelichting opgenomen
- Geen concreet transitieplan, terwijl invoeringsdatum 2029 wordt gehandhaafd
- Toezichthouder voor markttoezicht nog niet aangewezen
- Regeldrukgevolgen voor kinderopvangorganisaties nog niet volledig in beeld
ATR concludeert dat het wetsvoorstel op belangrijke onderdelen onvoldoende is uitgewerkt en dat essentiële informatie pas op een later moment beschikbaar komt. Daarmee is een integrale beoordeling op toegankelijkheid, werkbaarheid en regeldruk nu nog niet mogelijk.
Dit artikel is een bewerkte en aangepaste versie op basis van het oorspronkelijke nieuwsbericht van Kinderopvang-Wijzer.nl:
“ATR: Wetsvoorstel gratis kinderopvang mist cruciale onderbouwing” — Kinderopvang-Wijzer.nl, 9 mei 2026
De volledige aanvullende zienswijze van ATR is te lezen via de website van het Adviescollege toetsing regeldruk.